Hellfrost - Encroaching Cold

De weg naar Dunross

Nadat Rodgar ap-Annwn vier avonturiers op borg vrij kreeg uit een kleine cel na een kroeggevecht, nemen zij zijn opdracht aan om een hoeveelheid meel uit Dunross naar Dalsetter te verschepen. De wegen in het gebied, buiten de belangrijkste handelsroutes, worden slecht bewaakt en Rodgar heeft capabele mensen nodig in het geval dat de wagen aangevallen wordt.

Rodgar had gelijk. Voordat de eerste dag half voorbij is, wordt de kar aangevallen door drie Orcs. Na bijgekomen te zijn van het verrassingseffect slaan de avonturiers snel terug. Twee Orcs overleven het niet, de derde verdwijnt in paniek het bos in. Bij nadere inspectie van de lichamen ontdekt “Bast” enkele Orc Shortswords en een dolk van niet-orcish origine.

Aan het begin van de avond, op zoek naar een geschikte overnachtingsplek, vinden de avonturiers een Travel Tower. In eerste instantie lijkt de toren in gebruik, maar de twee wagens zijn verlaten, de paarden zijn vijf dagen geleden in paniek op de vlucht geslagen en de meelvaten in de karren zijn kapotgeslagen. In de toren zelf worden sporen gevonden van een verrassingsaanval, waarbij vier reizigers van de wagens zijn vermoord. Van de lichamen zijn enkel de botten overgebleven, die onder de kleine bijtplekken zitten. In het bloed op de grond zijn kleine pootafdrukken te zien.

Op de tweede reisdag wordt een lichaam van een paard met berijder gevonden. Op zijn lichaam, met een orc-pijl in de rug, wordt een brief gevonden waarin Dunross Anslov om hulp vraagt vanwege een rattenplaag in het dorp.

Aangekomen in Dunross blijkt de plaag nog erger te zijn dan verwacht. De ratten zijn overal. Het dorp is onder quarantaine en de burgemeester zit met zijn handen in zijn haar. Vooral na het bericht dat zijn heraut onderweg is overleden en er geen hulp op komst is van Anslov. De avonturiers bieden aan de inwoners te begeleiden naar Dalsetter, als zij met het meel terugreizen.

Bij het inladen van het meel blijkt 2/5 van de zakken aangevreten te zijn. Een van de pakhuizen, met het teken van een appel en een korenschoof, is een week eerder leeggehaald door Otto Edmundsunu uit Dalsetter. Dit pakhuis is niet aangevallen door de ratten. Bij nadere inspectie blijkt dit pakhuis de enige te zijn waar de beschermtekens van Eostre niet zijn weggevaagd van de muren.

De wagen is nét ingeladen wanneer de avonturiers opgeschikt worden door een schreeuw aan de andere kant van het dorp. Over de westmuur stroomt een onafgebroken massa aan ratten. De ratten bijten, blazen, knarsen en krabben aan alles wat ze tegenkomen…

Comments

JeroenLeliveld JeroenLeliveld

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.